Wapens

Art 1 van de Wet op het Politieambt stelt : " bij het vervullen van hun opdrachten van bestuurlijke of gerechtelijke politie, waken de politiediensten over de naleving en dragen ze bij tot de bescherming van de individuele rechten en vrijheden, evenals tot de democratische ontwikkeling van de maatschappij. Om hun opdrachten te vervullen, gebruiken zij slechts dwangmiddelen die door de wet worden bepaald."

Eén van die dwangmiddelen kan het gebruik van wapens zijn.

Het Koninklijk Besluit van 03/06/2007 betreffende de bewapening van de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus, voorziet dat deze voorgeschreven bewapening van de politieambtenaren een individuele, collectieve en bijzondere bewapening bevat.

De individuele bewapening omvat een halfautomatisch pistool, een uitschuifbare wapenstok en neutraliserende middelen (pepperspray).

De collectieve bewapening omvat lange halfautomatische vuurwapens met kaliber van maximaal 9 mm, de rechte onbuigzame of buigzame slagwapens en de neutraliserende middelen.

De bijzondere bewapening wordt vastgelegd door de Minister. Zo worden ondermeer de onbuigzame wapenstok met zijdehandgreep, granaten, lanceerdrs en hypodermische wapens beschouwd als bijzondere bewapening.

Geweldsbeheersing

Binnen de politie is "het gebruik van wapens" geëvolueerd naar "geweldsbeheersing".

Het concept "geweldsbeheersing", gebaseerd op de gemeenschapsgerichte politiezorg, streeft naar het aanleren, ontwikkelen en op peil houden van de competenties die de politieambtenaren nodig hebben om gevaarlijke of potentieel gevaarlijke situaties op een correcte en minst gewelddadige manier af te handelen.

Deze competenties hebben betrekking op de volgende domeinen:

- wetgeving, deontologie en psychosociale vaardigheden;

- fysieke vaardigheden inzake dwang zonder vuurwapen;

- fysieke vaardigheden inzake dwang met vuurwapen;

- politionele interventietactieken.

Medewerkers van de maand