Home > Sociale dienst (DMP) > Verslaving

Verslaving

Ben ik verslaafd?

Je bent verslaafd als je niet meer de baas bent over je gebruik. Je kunt geestelijk en/of lichamelijk afhankelijk raken. Van geestelijke afhankelijkheid is sprake als je steeds sterker naar het middel gaat verlangen en je je niet meer prettig kunt voelen zonder het middel.

Lichamelijke afhankelijkheid blijkt vooral uit gewenning en onthoudingsverschijnselen. Gewenning wil zeggen dat het lichaam went aan de stof en er steeds meer van nodig heeft om het gewenste effect te bereiken.

Onthoudingsverschijnselen zijn de lichamelijke reacties op het minderen of stoppen met gebruik. Vaak zijn deze onthoudingsverschijnselen helemaal niet prettig. Vandaar dat mensen teruggrijpen naar het middel.

Let wel: tussen experimenteren en verslaafd zijn, zijn nog enkele tussenstappen. In het vakjargon hoor je de begrippen: experimenteel gebruik, geïntegreerd of sociaal gebruik, overmatig gebruik of gewenning en afhankelijkheid en verslaving. Feit is: hoe verder het gebruik gaat, op hoe meer levensgebieden er zich problemen voordoen. Als je je voor jezelf afvraagt of een bepaald druggebruik al een probleem is, kijk dan naar je functioneren. Hoe zit het op school of op mijn werk? Hoe is mijn financiële situatie? Hoe zit mijn sociaal leven in elkaar? Kwam ik reeds in contact met politie of justitie? En mijn gezondheid?

Met deze zelftest kan je je eigen gebruik controleren.

Ben ik afhankelijk?

Wetenschappers gebruiken soms het woord ‘afhankelijk’ in plaats van het woord ‘verslaafd’ zijn aan drugs. Hoe merk je dat je afhankelijk geworden bent van drugs? Hieronder staan een aantal kenmerken. Als 3 (of meer) van de 7 kenmerken op jou van toepassing zijn, dan kan het zijn dat je afhankelijk geworden bent van drugs.

  • Wanneer ik niet of minder gebruik, voel ik me lichamelijk ziek. Dat zijn ontwenningsverschijnselen.
  • Wanneer ik gebruik, dan neem ik meer drugs en gedurende langere tijd dan dat ik me voorgenomen had.
  • Ik wil minder gebruiken, maar mijn pogingen lukken niet zo goed.
  • Ik steek te veel van mijn tijd in activiteiten om drugs te verkrijgen.
  • Door drugs te gebruiken verwaarloos ik mijn sociale contacten, school, werk, vrije tijd.
  • Ik voel dat de effecten van een dosis drugs minder worden, ik moet meer gebruiken om eenzelfde effect te voelen (tolerantie)
  • Ik gebruik verder drugs ondanks de nadelige gevolgen op lichamelijk en geestelijk gebied die ik ondervind.