Home > Verkeer en mobiliteit > Zwakke weggebruikers

Zwakke weggebruikers

Wat is een zwakke weggebruiker?

Elke "zwakke weggebruiker" geniet een verhoogde bescherming op de openbare weg. Worden als zwakke weggebruikers beschouwd:

  • voetgangers (of daarmee vergelijkbare weggebruikers: personen die een kruiwagen, een kinderwagen, een invalidenvoertuig of enig ander voertuig zonder motor, dat niet meer ruimte nodig heeft dan een voetganger, voortduwen en personen die met de hand een fiets of een tweewielige bromfiets voortduwen)
  • personen met een handicap die zich met een manuele of een elektrische rolwagen verplaatsen, die niet sneller dan stapvoets rijdt;
  • fietsers;
  • passagiers van een motor- of een spoorvoertuig.

Kortom, elke weggebruiker die niet de bestuurder is van een motor- of spoorvoertuig is een zwakke weggebruiker.

Beschermingsmaatregelen

De beschermingsmaatregelen voor de zwakke weggebruiker hebben meer bepaald betrekking op de voetgangers, de fietsers en de personen met een handicap. Bestuurders moeten voorrang verlenen aan voetgangers die zich op een zebrapad bevinden of op het punt staan zich erop te begeven. Bovendien voorziet de "straatcode" dat elke bestuurder bijzonder voorzichtig moet zijn, moet vertragen en zo nodig moet stoppen in aanwezigheid van kinderen, blinden, personen met een handicap of bejaarden, voetgangers of fietsers. Wie één van deze categorieën van weggebruikers in gevaar brengt, begaat een overtreding.

Bij een ongeval

Als je als zwakke weggebruiker het slachtoffer bent van een ongeval dan kun je een automatische vergoeding krijgen. "Automatisch" betekent dat zij wordt gestort ongeacht of er een fout werd begaan of niet.

De automatische vergoeding wordt uitbetaald onder bepaalde voorwaarden (aan jezelf of aan je rechthebbenden):

  • Je bent als zwakke weggebruiker het slachtoffer van een verkeersongeval waarbij minstens één motorrijtuig op de openbare weg betrokken is.
  • Je hebt een lichamelijk letsel opgelopen (bij overlijden ontvangen je rechthebbenden de vergoeding). 
  • Je werd NIET schuldig bevonden aan opzettelijke fout, met andere woorden men kan niet bewijzen dat je opzettelijk het resultaat van het ongeval hebt gewenst. Die voorwaarde moet echter niet vervuld zijn als je jonger bent dan 14.  
  • Er is een oorzakelijk verband tussen het ongeval en de lichamelijke schade die je hebt opgelopen.

De automatische vergoeding slaat enkel op lichamelijke schade (en het overlijden) en schade aan kleding en functionele prothesen (= bril, hoorapparaat …). Zij geldt NIET voor andere materiële schade. Het is de aansprakelijkheidsverzekeraar van het bij het ongeval betrokken motorrijtuig die de vergoeding aan het slachtoffer uitbetaalt. Als meerdere verzekeringsmaatschappijen bij het ongeval betrokken zijn, worden zij allemaal verondersteld het slachtoffer integraal te vergoeden. De zwakke weggebruiker moet echter ZELF de vergoeding aanvragen bij de verzekeringsmaatschappij van het bij het ongeval betrokken voertuig. Een medische expertise is nodig om de lichamelijke schade te evalueren.